Taal en Rekenen

In leerjaar 1, 2, 3 en 4 krijgen alle leerlingen een uur extra voor taal en rekenen. De vakgroepen Nederlands en wiskunde zijn verantwoordelijk voor de invulling van het programma.
Het kan zijn dat de leerling in dit uur werkt aan het wegwerken van taal- en rekenachterstanden of aan het verhogen van je huidige niveau. Vanaf het schooljaar 2015-2016 maken alle leerlingen de verplichte taal- en rekentoets op 2F niveau.

Voor Nederlands moeten de leerlingen minimaal een 5.0 halen. Voor rekenen telt de uitslag van de rekentoets nog niet mee voor de uitslagregeling maar is het wel onderdeel van het examen.

Taal

Extra taal

Het lezen van jeugdboeken. Het gaat om veel en met plezier lezen. Onderzoek heeft aangetoond dat door kilometers te maken het leesniveau verbeterd. Ook het woordbegrip vergroot hierdoor. We bieden verschillende fragmenten uit leesboeken aan om de leerlingen met verschillende genres en boeken te laten kennis maken. Leerlingen lezen soms ook in hun eigen leesboek. Na het lezen sluiten we af met een creatieve verwerkingsopdracht. Ook het schrijven van een tekst komt dus aan de orde.

Het lezen van zakelijke teksten, zodat het begrijpend lezen verbeterd. We gebruiken actuele teksten en leren de leerlingen met een stappenplan de tekst lezen en problemen te tackelen.

Leesboek mee
Hilfertsheem College heeft ontdekt dat de taalvaardigheid van leerlingen met sprongen vooruit gaat als zij veel lezen. ‘Kilometers maken’ noemen we dat. Vandaar dat we alle leerlingen verplichten om met een leesboek op school te komen. Er wordt gelezen in invallessen, de lessen Nederlands, en op de talloze korte momentjes die er in een schoolleven zijn, bijvoorbeeld na een toets. Ook streven we ernaar dat leerlingen vertellen over een boek dat ze mooi hebben gevonden. Zo stimuleren we dat leerlingen elkaar motiveren om te lezen.

Rekenen

De laatste jaren wordt door de overheid meer belang gehecht aan rekenonderwijs en wil men dat iedere leerling voldoende in staat is om met allerlei praktische rekensituaties goed om te gaan, om in zich in de maatschappij goed te kunnen redden.

De leerlingen gaan voor rekenen aan de slag door in eigen tempo te werken met een speciaal rekenprogramma.
Zo'n programma test steeds wat de leerlingen al kunnen en hiaten in hun kennis en kunnen, en worden vervolgens bijgewerkt.

In leerjaar 1 en 2 wordt er gewerkt op niveau 1F, in leerjaar 3 en 4 op niveau 2F. Voor de goede rekenaars is het ook mogelijk op 3F-niveau te werken.